FAQ

Eigen stroomkring verplicht: welke toestellen hebben een eigen automaat nodig?

Wasmachine, fornuis, droogkast en toestellen met vaste standplaats vanaf 2600 W: het AREI schrijft een eigen stroomkring voor. Met vindplaatsen en differentieel.

Gepubliceerd op 13 juli 2026 Bijgewerkt op 16 oktober 2026 6 min

Welke toestellen hebben een eigen stroomkring nodig?

In een woning krijgen twee groepen toestellen een eigen kring: elk toestel met vaste standplaats vanaf 2600 W nominaal vermogen en, ongeacht het vermogen, de wasmachine, de afwasmachine, de droogkast, het elektrisch fornuis, de elektrische kookplaat en de elektrische oven. "Vaste standplaats" geldt ook voor een toestel dat je af en toe verschuift, bijvoorbeeld een vrijstaand fornuis bij het poetsen; een radiator op wieltjes is een verplaatsbaar toestel en valt erbuiten (AREI Boek 1, deel 2, definities). Vaste elektrische verwarming voed je via één of meer afzonderlijke kringen. Zo staat het in AREI Boek 1, onderafdeling 5.2.1.2.

Een elektricien controleert de aansluitingen van wasapparaten.

ToestelRegelVindplaats
Wasmachine, afwasmachine, droogkastelk afzonderlijk een toegekende stroombaan5.2.1.2
Elektrisch fornuis (kookplaat en oven in één)één toegekende stroombaan5.2.1.2
Aparte kookplaat en inbouwovenelk een eigen toegekende stroombaan5.2.1.2
Vaste elektrische verwarmingéén of meer afzonderlijke kringen5.2.1.2
Boiler, warmtepomp, sauna en andere toestelleneigen kring vanaf 2600 W bij vaste standplaats5.2.1.2
Laadpaal / laadinrichtingeen toegekende stroombaan per verbindingspunt; aansluiten via een stopcontact is verboden7.22.3

De regel legt de structuur vast: één toestel, één kring. Automaat en doorsnede kies je daarna op basis van het toestel. Daarvoor tellen typeplaatje, netstelsel, plaatsingswijze, bundeling, kabellengte, spanningsval en fabrikantvoorschrift. De maxima per doorsnede staan in tabel 4.11 van onderafdeling 4.4.1.4; de werkwijze lees je in kabeldoorsnede en automaat.

"Eigen automaat" is dus de vuistregel voor de grote huishoudtoestellen, geen letterlijke eis voor elk geval. Bij een laadpaal mag de overstroombeveiliging in de laadinrichting zelf zitten, in plaats van in het verdeelbord (7.22.3). Bij vaste elektrische verwarming mogen meerdere toestellen één kring delen, want het AREI laat "één of meerdere" kringen toe (5.2.1.2).

Geldt dit ook voor een bestaande installatie?

De regel geldt voor nieuwe installaties en voor nieuwe of gewijzigde delen. In bestaande delen van een oude huishoudelijke installatie (aangevat vóór 1 oktober 1981) en van een installatie die volgens het oud AREI gekeurd werd, mag een stroombaan die niet aan het toestel is toegekend in dienst blijven (AREI Boek 1, deel 8, afdelingen 8.2.1 en 8.2.2, punt 5). Een wasmachine op de stopcontactkring is in zo'n installatie dus niet automatisch een gebrek. Leg je een nieuwe kring aan of vervang je het toestel door een krachtiger model, dan volg je 5.2.1.2.

Wat een eigen kring oplevert

  1. Geen overbelasting door buren: Een krachtig toestel draait vaak lang dicht bij zijn nominale stroom. Op een eigen kring deelt het die belasting met niemand.
  2. Beschikbaarheid: Schakelt de automaat uit, dan valt alleen dit toestel weg, niet de halve keuken.
  3. Passende leiding: Doorsnede en beveiliging passen precies bij één toestel in plaats van bij een mengeling.

De regel per toestel toepassen

Begin bij het typeplaatje en de installatiehandleiding. Noteer het vermogen, eenfasige of driefasige aansluiting, de toegelaten aansluitwijze en bijzondere beveiligingseisen van de fabrikant. Een combifornuis (kookplaat en oven in één toestel) is één kring; een aparte kookplaat en een inbouwoven krijgen elk een eigen kring. Een warmtepomp kan aparte voedingen vragen voor buitenunit, binnenunit en bijverwarming. Plan zulke gevallen afzonderlijk.

Voor een warmtepomp of boiler onder 2600 W regelt het AREI niet uitdrukkelijk een aparte kring. Volg minstens de 2600 W-regel; in de praktijk kies je bijna altijd een eigen kring.

Op het eendraadschema krijgt elke toestelkring een eigen referentie met beveiliging, leidinggegevens en eindtoestel. Het situatieplan toont dezelfde referentie op de plaats van het toestel. Wordt het toestel later vervangen door een krachtiger model, dan controleer je het ontwerp opnieuw.

Wasplaats en technische ruimte

Wasmachine en droogkast krijgen elk een eigen kring, een boiler vanaf 2600 W ook. Voorzie daarnaast een gewone stopcontactkring voor strijkijzer en klein materiaal, zodat die niet aan de toestelstopcontacten hangen. Hoeveel stopcontacten zo'n kring mag dragen, lees je in hoeveel stopcontacten per stroomkring?.

Welke differentieel hoort bij welke toestelkring?

Een eigen kring zegt nog niet welke differentieel ervoor staat. Dat regelt onderafdeling 4.2.4.3 b: stopcontacten, verlichting, badkamers en ook wasmachine, droogkast en afwasmachine komen achter een differentieel met hoge of zeer hoge gevoeligheid (hoogstens 30 mA), met ten hoogste acht eindstroombanen per differentieel. Vaste toestellen mogen daarentegen op een bijkomende differentieel aan het begin van de installatie.

ToestelDifferentieelVindplaats
Wasmachine, droogkast, afwasmachinehoge of zeer hoge gevoeligheid (hoogstens 30 mA), net als stopcontacten en licht4.2.4.3 b
Fornuis, kookplaat, oven, vaste verwarmingmag op een bijkomende differentieel aan het begin van de installatie (bijvoorbeeld 300 mA)4.2.4.3 b
Weerstandsverwarming in wanden (boven 25 V wisselspanning)eigen differentieel van hoogstens 100 mA4.2.4.3 b
Laadinrichtingelke kring afzonderlijk hoogstens 30 mA, met bescherming tegen gelijkstroomfouten7.22.4.1 b

Het "mag" bij fornuis en verwarming is een toelating, geen verbod op 30 mA. Meer over de indeling lees je in heb ik een 30mA-differentieel per stopcontact nodig?.

Zo controleert PlanElec toestelkringen

Voor grote toestellen uit de toestelcatalogus – waaronder fornuis, oven, wasmachine, droogkast, afwasmachine en laadpaal – meldt de AREI/RGIE-zelfcontrole een fout zodra het toestel zijn kring deelt met andere verbruikers. Is er nog geen automaat toegewezen, dan toont ze de ontbrekende invoer. De catalogus markeert bovendien boiler, warmtepomp en sauna altijd als toestel met eigen kring, ook onder 2600 W; dat is strenger dan het AREI. De 2600 W-grens voor andere toestellen lees je af van het typeplaatje. De keuring van de installatie doet het erkende controleorganisme. Welke regels de zelfcontrole dekt, lees je in wat controleert de zelfcontrole.

Veelgestelde vragen

Heeft een koelkast of diepvriezer een eigen stroomkring nodig?

Nee. Een koelkast is een toestel met vaste standplaats, maar de verplichting geldt pas vanaf 2600 W nominaal vermogen (5.2.1.2). Gewone koelkasten en diepvriezers liggen daar ver onder.

Mogen wasmachine en droogkast samen op één kring?

Nee. Het AREI voedt de wasmachine, de afwasmachine en de droogkast elk afzonderlijk door een toegekende stroombaan (5.2.1.2). Twee toestellen op één kring voldoen daar niet aan.

Heeft een inductiekookplaat altijd een eigen kring nodig?

Ja, ongeacht het vermogen. De elektrische kookplaat staat uitdrukkelijk in de lijst van 5.2.1.2. Een aparte inbouwoven krijgt eveneens een eigen kring; alleen een fornuis met kookplaat en oven in één toestel deelt één kring.

Heeft een airco een eigen kring nodig?

Alleen vanaf 2600 W nominaal vermogen bij een toestel met vaste standplaats (5.2.1.2). Daaronder bepaalt de installatiehandleiding van de fabrikant wat nodig is.

Moet ik mijn oude installatie aanpassen als ik een wasmachine op de stopcontactkring heb?

Niet automatisch. In bestaande delen van oude installaties of van installaties die volgens het oud AREI gekeurd werden, mag zo'n kring in dienst blijven (afdelingen 8.2.1 en 8.2.2, punt 5). Bij een nieuwe of gewijzigde kring of een krachtiger toestel geldt 5.2.1.2 wel.

Welke differentieel hoort bij de wasmachine en welke bij het fornuis?

De wasmachine hoort achter een differentieel van hoogstens 30 mA; het fornuis mag op een bijkomende differentieel aan het begin van de installatie (4.2.4.3 b). Zie de tabel hierboven.

Gerelateerde artikelen

Officiële bron: AREI Boek 1, versie 06 (tot 31 oktober 2026) en versie 07 (vanaf 1 november 2026; deze onderdelen blijven inhoudelijk ongewijzigd, in 4.2.4.3 b vervalt alleen de verzegeling van de differentieel): deel 2 (definities), onderafdelingen 4.2.4.3, 4.4.1.4 en 5.2.1.2, afdelingen 7.22.3 en 7.22.4 en deel 8, afdelingen 8.2.1 en 8.2.2.

Plan je toestelkringen in PlanElec en controleer ze zelf →