Tutorial

Warmtepomp op het eendraadschema: kring en gegevens correct tekenen

Zo documenteer je buiten- en binnenunit, bijverwarming, beveiligingen, leiding en fabrikantgegevens van een warmtepomp op het eendraadschema volgens AREI Boek 1 V06.

Gepubliceerd op 29 augustus 2026 Bijgewerkt op 5 oktober 2026 10 min

Op het eendraadschema teken je een warmtepomp zoals ze elektrisch werkelijk is aangesloten: elke aftakking met kringreferentie, overstroombeveiliging, differentieelschakelaar, leiding en elektrisch aansluitvermogen – voor buitenunit, binnenunit en bijverwarming afzonderlijk wanneer ze afzonderlijk gevoed worden. Eén vak met “8 kW” volstaat niet. Naast een buitenunit kunnen een binnenmodule, elektrische bijverwarming, circulatiepomp, regeling en sanitair-warmwaterboiler aanwezig zijn, met een gedeelde voeding of elk een eigen kring. Het eendraadschema toont de werkelijk uitgevoerde elektrische structuur, niet het vereenvoudigde hydraulische verkoopschema.

Een elektricien controleert de aansluiting van een gesloten warmtepomp.

AREI Boek 1 V06 legt geen universeel warmtepompsymbool, automaat of differentieeltype per merk vast. De algemene regels voor kringen, bescherming, leidingen en documentatie gelden samen met de elektrische installatievoorschriften van het exacte toestel. Een sterk schema maakt die combinatie controleerbaar.

Verzamel eerst de elektrische brongegevens

Controleer vóór het tekenen het verdeelbord, de typeplaten en alle relevante installatiehandleidingen. Noteer per elektrisch gevoed onderdeel:

  • toestelreferentie en functie;
  • voedingsspanning, één- of driefasige aansluiting;
  • nominale stroom en door de fabrikant gevraagde maximale beveiliging;
  • aanwezigheid van inverter- of frequentieregeling;
  • voorgeschreven differentieelbeveiliging en informatie over mogelijke DC-componenten;
  • kabeltype, aantal geleiders, doorsnede en werkelijk traject;
  • lokale werkschakelaar of scheidingsinrichting, indien geplaatst;
  • afzonderlijke voeding voor elektrische weerstand, regeling, pomp of boiler.

Een thermisch vermogen van bijvoorbeeld 8 kW is niet hetzelfde als het elektrisch opgenomen vermogen of het aansluitvermogen. Op het elektrische schema gebruik je alleen de passende elektrische gegevens.

Eén kring of meerdere takken?

Een monoblock heeft vaak één voedingspunt. Bij een split-installatie worden buiten- en binnenunit vaak afzonderlijk gevoed. Een ingebouwde weerstand werkt via dezelfde aansluiting of vraagt een afzonderlijke, zwaarder belaste kring. De regeling wordt vanuit de binnenunit gevoed of heeft een eigen beveiliging.

Teken daarom niet blind:

Verdeelbord → automaat → warmtepomp

Een mogelijke werkelijke structuur is:

Hoofdverdeelbord
├─ kring WP1 → beveiliging → leiding → buitenunit/inverter
├─ kring WP2 → beveiliging → leiding → binnenunit/regeling
└─ kring WP3 → beveiliging → leiding → elektrische bijverwarming

WP1, WP2 en WP3 zijn slechts voorbeelden. In het project sluit je aan bij de bestaande kringlogica: AREI 3.1.2.1 a duidt elementaire kringen aan met een hoofdletter, en het situatieplan neemt letter en volgnummer van het eendraadschema over.

Gegevens bij elke aftakking

Van verdeelbord tot verbruiker is de keten leesbaar. Vermeld minstens:

  1. kringreferentie;
  2. type, aantal polen en nominale stroom van de overstroombeveiliging;
  3. voorgeschakelde differentieelschakelaar met aanspreekstroom en type;
  4. kabel- of draadtype, aantal geleiders en doorsnede;
  5. faseverdeling bij een meerfasige aansluiting;
  6. ondubbelzinnige naam, bijvoorbeeld “warmtepomp buitenunit”;
  7. relevant elektrisch vermogen of nominale stroom;
  8. vaste scheider, contactor of vermogenssturing als die werkelijk deel uitmaakt van de installatie.

Voor huishoudelijke installaties beperkt AREI-tabel 4.11 (onderafdeling 4.4.1.4) de nominale stroom van de automaat per doorsnede, bijvoorbeeld tot 20 A bij 2,5 mm² en 25 A bij 4 mm². De kabeldoorsnede bij een automaat volgt toch niet alleen uit het toestelvermogen: lengte, plaatsingswijze, bundeling, omgevingstemperatuur, spanningsval, kortsluitvoorwaarden en fabrikantvoorschriften horen bij de dimensionering.

Differentieelschakelaar: geen universele keuze

Reglementair is de indeling duidelijk: een warmtepomp is een vast toestel. AREI 4.2.4.3 b vraagt de groep met hoge of zeer hoge gevoeligheid (30 mA) alleen voor bepaalde kringen – stopcontacten die niet voor vaste toestellen bestemd zijn, verlichting, bad en douche, en was-, droog- en vaatwasmachines. Vaste toestellen zoals elektrische verwarmingsinstallaties mogen rechtstreeks achter de differentieelschakelaar aan het voedingspunt (maximaal 300 mA) worden aangesloten. Bedraagt de aardingsweerstand meer dan 30 ohm, dan vult minstens één differentieelschakelaar van maximaal 100 mA per kring of groep die bescherming aan.

Welk type nodig is, bepaalt het toestel. Een compressor met vermogenselektronica kan andere foutstroomvormen veroorzaken dan een zuiver resistieve belasting. Dat maakt type B niet automatisch verplicht voor elke warmtepomp en type A evenmin automatisch geschikt. Controleer samenhangend:

  • de handleiding van het exacte model en de geïnstalleerde optiekaarten;
  • eventuele ingebouwde detectie van gladde gelijkfoutstromen;
  • het aardingsstelsel en de ontworpen uitschakelvoorwaarden;
  • selectiviteit en verdeling tegenover bovenliggende differentieelschakelaars;
  • normale lekstromen van andere toestellen op dezelfde beveiliging.

In differentieel type A versus type B komen foutstroomvorm, verhoogde immuniteit en selectiviteit afzonderlijk aan bod. Op het schema staat wat werkelijk geplaatst is, niet wat een algemene vuistregel suggereert.

Symbool en legende

Tabel 2.23 van AREI Boek 1 V06 is uitdrukkelijk niet-limitatief. Ontbreekt daar een passend teken, dan laat 3.1.2.1 a elk ander duidelijk identificeerbaar symbool toe dat in de legende is gedefinieerd. Je kunt bijvoorbeeld onderscheiden:

  • WP-B: warmtepomp buitenunit;
  • WP-I: warmtepomp binnenunit;
  • BV: elektrische bijverwarming.

Gebruik hetzelfde symbool en dezelfde betekenis doorheen het volledige dossier, en laat WP nergens anders “waterpomp” betekenen. De AREI-symbolengids legt uit wanneer een eigen legende nodig is.

Samenhang met het situatieplan

Het eendraadschema toont hoe de warmtepomp gevoed en beschermd wordt. Het situatieplan toont waar de vaste elektrische onderdelen zich bevinden. Plaats, afhankelijk van de installatie:

  • buiten- en binnenunit;
  • werkschakelaar of lokale scheider;
  • regelkast of onderverdeelbord;
  • vaste elektrische weerstand;
  • relevante vaste kabeltrajecten wanneer die voor onderhoud of veiligheid tellen.

Elk element krijgt dezelfde kringreferentie als op het eendraadschema. Een hydraulisch principe- of leidingplan vult het dossier aan, maar vervangt geen van beide elektrische plannen. Zie ook eendraadschema versus situatieplan.

Fouten die een schema onbetrouwbaar maken

Alleen “warmtepomp 8 kW” vermelden

Dat is vaak thermisch vermogen. Zonder voedingswijze, beveiliging en leiding kan niemand de elektrische tak reconstrueren.

De bijverwarming vergeten

Een elektrische weerstand verhoogt de aansluitpiek sterk en heeft vaak een afzonderlijke voeding. Behoort ze tot de vaste installatie, dan staat ze op het schema.

Een generieke beveiliging kopiëren

Een voorbeeldschema van een ander model bewijst niet dat hetzelfde differentieeltype, dezelfde karakteristiek of dezelfde doorsnede geschikt is.

Ontwerp en as-built verwarren

Tijdens de montage wijzigen fase, leidingtraject of toestelvariant soms. Schema, bordetiketten en dossier werk je bij na controle ter plaatse.

Controle vóór oplevering

Loop minstens deze punten na:

  • stemmen typeplaat en toestelnaam overeen met het schema?
  • zijn buitenunit, binnenunit en elektrische hulpcomponenten volledig?
  • komen pooltal, nominale stroom en differentieelgegevens overeen met de geplaatste toestellen?
  • zijn leidinggegevens en faseverdeling traceerbaar?
  • zijn kringreferenties gelijk op bord, eendraadschema en situatieplan?
  • zitten fabrikantdocumentatie en latere wijzigingen in het installatiedossier?

Deze controle toetst de documentatie. De elektrische berekening en uitvoering doet de vakpersoon, de keuring het erkende organisme.

Wanneer pas je het schema opnieuw aan?

Niet alleen de vervanging van de volledige warmtepomp telt. Herbekijk de documenten wanneer een weerstand wordt bijgeplaatst, een hoger elektrisch vermogen wordt geactiveerd, een éénfasig toestel door een driefasige variant wordt vervangen of een externe regeling vast wordt aangesloten. Een wijziging aan differentieelschakelaar, automaat, kabel of faserichting hoort eveneens in de as-built versie.

Vergelijk bij zo'n ingreep systematisch:

  • oude en nieuwe elektrische aansluitgegevens;
  • bestaande kabel en werkelijk beschikbare geleiders;
  • geplaatste beveiliging tegenover de nieuwe fabrikantvoorwaarden;
  • faseverdeling en belasting van het verdeelbord;
  • gewijzigde locaties op het situatieplan;
  • documentversie en bijbehorende handleidingen.

Een buiten dienst gestelde kring die fysiek blijft liggen, is in de documentatie als zodanig herkenbaar. Een schema dat een afgekoppeld toestel nog als actief toont, misleidt evenveel als een nieuwe bijverwarming die nergens voorkomt. Vermeld niet alleen de commerciële familienaam: modelvariant, elektrische optie en voedingswijze bepalen of de oude tekening nog bruikbaar is.

Praktijkvoorbeeld: buitenunit, binnenmodule en bijverwarming

Een installatie heeft een driefasige buitenunit, een afzonderlijk gevoede binnenmodule en elektrische bijverwarming. Teken niet meteen één algemeen blok. Controleer bij het geleverde model en de echte bekabeling of er drie eindkringen bestaan of dat onderdelen intern vanuit de buitenunit gevoed worden. Alleen werkelijk gescheiden kringen krijgen een eigen beveiligingsketen, leidinggegevens en referentie.

Noteer per echte tak de maximale elektrische opname uit de bindende fabrikantdocumentatie, niet het thermische verwarmingsvermogen uit een verkoopbrochure. Geef fasen, nulgeleider en beschermingsgeleider aan volgens de geplaatste kabel. Naast een driefasige buitenunit kan een eenfasige regelaar of binnenmodule staan; de gezamenlijke functie “warmtepomp” maakt dat onderscheid niet zichtbaar. Controleer vooral de bijverwarming, omdat aansluitvermogen en trappen veel hoger kunnen liggen dan het compressorverbruik.

Plaats buitenunit, binnenmodule, vaste scheidingsmogelijkheid en afzonderlijk gevoede bijverwarming op hun werkelijke plaats op het situatieplan. Besturings-, bus- of sensorleidingen teken je niet als vermogenskring. Zijn ze belangrijk voor onderhoud, leg ze dan uit in legende of technische documentatie, los van de netvoeding.

Inbedrijfstelling en bedrijfsmodi meenemen

Vergelijk de getekende aftakking na ingebruikname met typeplaten, klemmen, installateursinstellingen en testgegevens. Vermogensbegrenzing, blokkeercontact of energiemanagement beïnvloeden de werking, maar vervangen de dimensionering en beoordeling van beveiligingen niet. Documenteer alleen instellingen die werkelijk zijn toegepast, tegen onbedoelde wijziging beschermd zijn en voor de ontwerpgrondslag meetellen.

Controleer bedrijfsgevallen die tijdens normaal verwarmen gemakkelijk verborgen blijven:

  • ontdooien met gelijktijdige bijverwarming;
  • nood- of hygiënebedrijf via de elektrische weerstand;
  • start- en omvormergedrag volgens de fabrikant;
  • aparte voeding voor lekbak- of traceverwarming;
  • veilig scheiden voor onderhoud;
  • herstart na netonderbreking of lastafschakeling.

Deze lijst legt geen universele automaat, differentieelschakelaar of kabeldoorsnede vast. Ze toont welke gegevens de ontwerper met de exacte handleiding en plaatsingsvoorwaarden oplost. Metingen en uitschakelvoorwaarden controleert de vakpersoon ter plaatse.

Leg ook vast welke component na uitschakeling van de hoofdkring nog spanning kan voeren. Een regelmodule, communicatievoeding of afzonderlijk hulpapparaat kan een andere voeding hebben, en een onderhoudsschema toont die hulpvoeding. Geef scheidingspunten alleen als gezamenlijk werkend aan wanneer bekabeling en fabrikantconcept dat bevestigen. Zo voorkomt het dossier dat een schijnbaar volledig uitgeschakeld systeem ongemerkt uit een tweede kring gevoed blijft.

Neem dat onderscheid ook over op de labels in het verdeelbord. Eén verzamelnaam voor meerdere aftakkingen maakt onderhoud en plancontrole moeilijk. Gebruik korte functienamen en dezelfde referenties op schema, situatieplan en toestel. Controleer na het etiketteren door gericht vrijschakelen of elke aanduiding werkelijk het verwachte onderdeel betreft. Dat resultaat hoort bij de as-built afstemming, niet bij een ongecontroleerde ontwerpaanname.

Koppeling met PV, batterij en lastbeheer

Een warmtepomp reageert misschien op zelfverbruikssturing, maar staat daardoor niet elektrisch “achter de PV-omvormer” wanneer de werkelijke AC-topologie anders is. Teken energiepaden volgens de echte aansluiting en beschrijf communicatie- of smart-gridcontacten apart. Bij noodvoeding stel je vast of de warmtepomp echt door het noodstroombord wordt gevoed en of start- en vermogensgrenzen dat toelaten. Een instelling in een app bewijst de bekabeling niet.

De officiële publicatie van AREI Boek 1 vormt het algemene kader voor schema en beveiliging. Modelgebonden ingangswaarden, externe beveiligingseisen en aansluitvarianten komen uit de actuele handleiding van exact het geplaatste toestel.

Documenteren met PlanElec

Met PlanElec koppel je warmtepomponderdelen aan hun werkelijke kringen, leg je beveiligings- en leidinggegevens vast en exporteer je eendraadschema en situatieplan als pdf. De warmtepomp is er opgenomen als vast aangesloten toestel dat achter de hoofddifferentieelschakelaar mag zitten. De AREI/RGIE-zelfcontrole meldt onder meer wanneer een automaat met B-karakteristiek een last met hoge aanloopstroom zoals een warmtepomp voedt – uitdrukkelijk als praktijkaanbeveling, niet als AREI-voorschrift. Voor projectspecifieke tekens blijft een heldere legende nodig. De rollen zijn duidelijk: de zelfcontrole toont je bevindingen binnen de ondersteunde regels, de fabrikantgoedkeuring komt uit de toesteldocumentatie en de keuring doet het erkende organisme.

Bronnen en geldigheidsstand

De inhoud steunt op de officiële publicatie van AREI/RGIE Boek 1, vooral tabel 2.23, deel 3 over elektrische plannen (3.1.2.1), onderafdeling 4.2.4.3 b over differentieelschakelaars in huishoudelijke installaties en tabel 4.11, aangevuld met de elektrische installatiehandleiding van het concrete warmtepompmodel. Gecontroleerde stand: Boek 1 V06, 5 oktober 2026.