Handleiding

Eendraadschema vs. situatieplan: verschil en samenhang

Het eendraadschema toont de elektrische structuur, het situatieplan de fysieke plaats. Zo verbind je beide AREI-documenten via dezelfde kringreferenties tot een controleerbaar dossier.

Gepubliceerd op 29 augustus 2026 Bijgewerkt op 5 oktober 2026 9 min

Het verschil in één zin

Het eendraadschema toont hoe voeding, beveiligingen, leidingen en verbruikers elektrisch verbonden zijn; het situatieplan toont waar die onderdelen in het gebouw zitten. Dezelfde kringletter en hetzelfde volgnummer leggen de brug tussen beide.

Projectdocumenten en digitale toestellen op een werktafel.

Voor een nieuwe huishoudelijke installatie en voor belangrijke wijzigingen of uitbreidingen heb je beide documenten nodig (AREI Boek 1 V06, onderafdeling 3.1.2.1 a). Ze vervangen elkaar niet: een grondplan verklaart geen differentieel, automaat of kabeldoorsnede, en een elektrische boomstructuur vertelt niet aan welke wand een stopcontact zit.

Beide documenten in één oogopslag

VraagEendraadschemaSituatieplan
Wat toont het?elektrische structuur van voedingspunt tot verbruikerplaats van de onderdelen op de plattegrond
AREI-inhoudonderafdeling 3.1.2.2 aonderafdeling 3.1.2.3 a
Schaalniet op schaalplan in de zin van hoofdstuk 2.12: op schaal, zonder voorgeschreven verhouding
Beveiligingentype en kenmerken van differentieel- en overstroombeveiligingplaats van het verdeelbord
Leidingentype, doorsnede, aantal geleiders en plaatsingswijzeplaats van verbindings- en aftakdozen
Coderingletter per kring, nummer per puntdezelfde combinatie op de werkelijke plaats
Bij niet-belangrijke wijziginggedateerde en ondertekende korte beschrijving volstaatwijziging altijd intekenen

Gemeenschappelijke identificatie

Afdeling 3.1.2 verlangt dat alle schema's, plannen en documenten eenduidig nummer, versie en versiedatum dragen. Op huishoudelijke schema's en plannen staan daarnaast naam, hoedanigheid en eventueel btw-nummer van de verantwoordelijke voor de uitvoering en het adres van de installatie (3.1.2.1 a). Spanning en aard van de stroom vermeld je op het eendraadschema.

Stelt het erkend organisme bij de controle de conformiteit vast, dan dateren en ondertekenen het en de verantwoordelijke schema en situatieplan; samen met het controleverslag gaan ze in het dossier van de installatie. Een pdf die je vóór de controle exporteert, is dus je goed voorbereide ontwerp; goedgekeurd wordt hij pas door het visum van het erkend organisme.

Inhoud van het eendraadschema

Volgens 3.1.2.2 a bevat het huishoudelijke eendraadschema minstens:

  • type, doorsnede en aantal geleiders van de leidingen;
  • plaatsingswijze van de leidingen;
  • type en kenmerken van de differentieelbeveiligingen;
  • type en kenmerken van de overstroombeveiligingen;
  • schakelaars, verbindings- en aftakdozen;
  • stopcontacten en lichtpunten;
  • vaste machines en toestellen;
  • bronnen zoals transformator, zonnecel, omvormer of batterij.

Het schema beantwoordt elektrische vragen: welk differentieel ligt vóór kring D, welke automaat beschermt de kabel, hoeveel geleiders met welke doorsnede lopen naar de aftakdoos en welke verbruikers volgen? Of de doos links of rechts van de deur zit, toont het niet.

Elke elementaire kring krijgt een hoofdletter. Lichtpunten, stopcontacten en sturingseenheden worden vanaf de voorgeschakelde overstroombeveiliging in volgorde genummerd. Die volgorde beschrijft de kring; ze is geen looproute door de kamers.

Inhoud van het situatieplan

Onderafdeling 3.1.2.3 a vraagt de plaats van de onderdelen die op het eendraadschema staan:

  • schakel- en verdeelborden;
  • verbindings- en aftakdozen;
  • stopcontacten, lichtpunten en schakelaars;
  • vaste machines en toestellen;
  • bronnen zoals zonnecel, omvormer, batterij of transformator.

De basis is een leesbaar grondplan met verdiepingen en duidelijk herkenbare ruimtes. Hoofdstuk 2.12 definieert een plan als voorstelling op schaal van de plaats van de installatiedelen; een bepaalde verhouding zoals 1:50 schrijft het AREI niet voor. Beslissend is een ondubbelzinnige positie: zit een stopcontact aan één wand of werkblad, dan teken je het daar en niet ergens midden in de kamer. Verborgen aftakdozen verdienen extra aandacht, omdat latere werken ze anders niet terugvinden.

Een volledig kabeltracéplan is het situatieplan niet. Onderafdeling 3.1.2.3 a vraagt de plaats van de opgesomde elementen; onbekende leidingroutes verzin je niet. Voor de ligging van ondergrondse leidingen kent Boek 1 eigen verplichtingen (afdeling 9.1.5).

Dezelfde code maakt beide documenten bruikbaar

Stel dat kring B drie stopcontacten en één lichtpunt voedt. Op het eendraadschema heten die punten in elektrische volgorde B1 tot en met B4. Het situatieplan zet elke code op de juiste plek. Een schakelaar voor lichtpunt B4 draagt de letter B en het nummer 4 van het bediende punt (3.1.2.1 a).

Zo volgen keurder en elektricien de weg van de beveiliging naar het aansluitpunt en van de kamer terug naar het bord. Ontbreekt B3 op het grondplan, dan is zijn plaats onbekend. Staat er in de kamer een extra B5 zonder tegenhanger op het eendraadschema, dan beschrijven de documenten niet dezelfde installatie.

Werk vanuit één opname

Eerst een schema maken en weken later een grondplan uit het geheugen tekenen, levert tegenstrijdigheden op. Werk beide documenten uit dezelfde opname uit:

  1. verdiepingen, ruimtes, borden en bronnen vastleggen;
  2. beveiligingsketen en eindkringen in het bord opnemen;
  3. elk stopcontact, elke verbruiker en elke doos aan de juiste kring koppelen;
  4. referenties één keer toekennen en in beide weergaven gebruiken;
  5. kabel- en toestelgegevens aan het elektrische pad toevoegen;
  6. de posities ter plaatse controleren;
  7. beide documenten met dezelfde versie en peildatum exporteren.

Een bordlabel helpt bij de toewijzing, maar bewijst ze niet. In een bestaande installatie identificeer je kringen vakkundig en spanningsloos. Vermoedens over onzichtbare verbindingen horen niet als vaststaand gegeven op de plannen.

Wijzigingen en versies

Bij een niet-belangrijke wijziging volstaat in plaats van een nieuw eendraadschema een korte beschrijving met naam, hoedanigheid en adres van de verantwoordelijke, gedateerd en ondertekend. Het situatieplan werk je bij elke wijziging of uitbreiding bij, zodat het altijd de bestaande toestand toont. Een belangrijke wijziging of uitbreiding, bijvoorbeeld een extra kring in een huishoudelijke installatie (voorbeeld uit hoofdstuk 2.11), vraagt nieuwe of bijgewerkte schema's en plannen.

Installatiedelen waarvan de uitvoering vóór 1 oktober 1981 begon en die op het eendraadschema staan, krijgen de vermelding "oude installatie". Die vermelding plaatst het bestaande deel; ze is geen conformiteitsbewijs en geen vrijstelling. De afwijkingen voor oude installaties beoordeel je apart.

Beheer beide documenten als één set. Een situatieplan versie 4 naast een eendraadschema versie 2 maakt onduidelijk wat bij elkaar hoort. Bewaar eerder geviseerde versies in het dossier, zodat de geschiedenis traceerbaar blijft.

Veelvoorkomende inconsistenties

VerschilGevolg
schema bevat C1–C6, plan slechts C1–C5één element is niet terug te vinden of niet elektrisch beschreven
andere kringletter op hetzelfde puntplaats en beveiliging zijn niet betrouwbaar te koppelen
PV-omvormer alleen op het situatieplanbron en beveiligingsketen ontbreken in het schema
aftakdoos alleen op het eendraadschemabij onderhoud is de werkelijke plaats onbekend
doorsnede op het grondplan, niet op het stroompadhet gegeven hoort bij geen enkele leiding eenduidig
verschillend adres of versienummerde documenten horen mogelijk bij verschillende toestanden

Hoe de keuring beide documenten gebruikt

In het verslag van de gelijkvormigheidscontrole van een huishoudelijke installatie verklaart het erkend organisme onder meer dat de installatie is uitgevoerd overeenkomstig de eendraadschema's en situatieplannen (onderafdeling 6.4.6.4). De plannen moeten dus niet alleen bestaan, ze moeten kloppen. Het schema maakt beveiligingen en leidingen traceerbaar; het situatieplan leidt naar de aangeduide punten ter plaatse. Visuele controle, beproevingen en metingen vullen de documentcontrole aan.

Een onderling consistent paar kan toch een technisch probleem bevatten, bijvoorbeeld een te kleine doorsnede. Omgekeerd is een technisch correcte installatie met tegenstrijdige plannen niet goed gedocumenteerd. Houd daarom drie stappen apart: de documenten zijn volledig, het ontwerp is vakkundig gecontroleerd, de uitgevoerde installatie is officieel gekeurd. Elke stap heeft zijn eigen bewijs.

Na de controle krijgt de eigenaar de geviseerde plannen met het verslag voor het dossier; het erkend organisme bewaart vijf jaar een kopie (3.1.2.1 a). De eigenaar houdt zijn eigen dossier toch actueel en stelt het ter beschikking bij latere werken (9.1.2).

Een praktische afstemming vóór vrijgave

Vergelijk niet alleen twee pagina's naast elkaar, maar werk kring per kring. Noteer eerst de lijst van kringletters. Volg daarna elke kring van beveiliging tot laatste verbruiker en stel in beide documenten dezelfde vragen: welke punten bestaan, welke referentie dragen ze, waar zitten ze en welke vaste functie hebben ze? Een verschil noteer je als open taak in plaats van het te verbergen achter een vage lokaalnaam.

Voor kring H bevat de lijst bijvoorbeeld plafondlicht H1, wandlicht H2 en hun schakelaars. Het eendraadschema toont hoe die punten elektrisch achter beveiliging en leiding liggen; het situatieplan plaatst H1 in de hal en H2 buiten. Ontbreekt H2 op één blad, dan is het andere niet vanzelf juist: opname en uitgevoerde installatie beslissen, daarna corrigeer je beide documenten.

Controleer ook over alle kringen heen:

  • Elk bord en elke vaste bron van het eendraadschema heeft een vindbare plaats.
  • Elke relevante verbindings- en aftakdoos draagt overal dezelfde aanduiding.
  • Een vast toestel staat niet alleen als lokaaltekst op de plattegrond.
  • Een vervolgverwijzing tussen bladen eindigt bij de juiste kring, niet bij een groep met een gelijkaardige naam.
  • Hoofding, adres, bladnummer, datum en versie vormen zichtbaar één set.

Voorbeeld: een kleine uitbreiding verwerken

Komt er in de werkkamer een stopcontact bij, bepaal dan eerst aan welke kring het werkelijk hangt. Is het het volgende punt in kring D, dan krijgt het bijvoorbeeld D6; die code voeg je toe op de elektrische positie in het eendraadschema en op de ruimtelijke positie in het situatieplan. Kabel en beveiliging leid je niet af van het naburige stopcontact, maar controleer je aan de echte aansluiting. Datum en versie van beide bladen verhoog je samen.

Of werk belangrijk of niet-belangrijk is, vraagt een vakkundige beoordeling. De korte beschrijving is geen verzamelbak voor jarenlange kleine ingrepen buiten de plannen. Zodra toewijzing of actuele toestand onduidelijk wordt, consolideer je de documenten in een nieuwe versie.

De officiële FOD-pagina over controle van huishoudelijke installaties vat inhoud en samenhang van beide documenten samen. Het actuele Boek 1 blijft beslissend; de voorbeelden daar dienen ter oriëntatie en vervangen de opname van je installatie niet.

Bewaar na elke gezamenlijke revisie één vaste exportset. Geef losse conceptbladen een duidelijk ontwerpkenmerk en haal ze uit de overdrachtsmap zodra de eindversie klaar is. Zo combineert niemand per ongeluk het actuele eendraadschema met een ouder situatieplan.

Wat PlanElec daarbij doet

PlanElec brengt posities op het grondplan en elektrische topologie samen in één project. Elk toestel bestaat één keer: wijs je het aan een kring toe, dan dragen eendraadschema en situatieplan dezelfde referentie. Beide exporteer je als pdf uit dezelfde opgeslagen projectstand, en de indicatieve AREI/RGIE-zelfcontrole toont je fouten in de ondersteunde regels die uit je invoer beslisbaar zijn.

De rollen zijn duidelijk verdeeld: PlanElec houdt plan en schema consistent; de opname ter plaatse, meetwaarden en de bevestiging van verborgen leidingen levert de vakman. Het visum op de plannen en het officiële controleverslag komen van het erkend organisme.

Verder lezen

Open PlanElec voor beide plannen en pdf-export →

Regelbasis: AREI Boek 1 V06, hoofdstuk 2.12, afdeling 3.1.2, onderafdeling 6.4.6.4 en afdeling 9.1.2. Redactie en controle: PlanElec-team, 5 oktober 2026.