Tutorial

Zonnepanelen op het situatieplan: modules, omvormer en kabeltraject

Zo plaats je PV-modules, omvormer, vaste scheiders, verdeelborden en kabeltrajecten op het situatieplan en houd je de referenties gelijk aan het eendraadschema.

Gepubliceerd op 29 augustus 2026 Bijgewerkt op 5 oktober 2026 10 min

Op het situatieplan teken je waar de vaste delen van de PV-installatie werkelijk zitten: modulevelden, omvormer, vaste scheiders, het verdeelbord met de PV-aftakking en de kabeltrajecten daartussen. AREI 3.1.2.3 a vraagt dat het situatieplan de ligging toont van de bronnen – uitdrukkelijk fotovoltaïsch paneel, omvormer en batterij – die op het eendraadschema staan. Het eendraadschema verklaart de elektrische keten, het situatieplan maakt ze ter plaatse vindbaar. Voor onderhoud, verbouwing en controle moet duidelijk zijn op welk dakvlak de modules liggen, waar de omvormer hangt en hoe de installatie het bord bereikt.

Zonnepaneelinstallateurs bekijken de positie van de dakpanelen.

Een situatieplan is geen stabiliteitsplan van het dak en evenmin een volledig DC-schema. Het vult het eendraadschema aan zonder alle elektrische details te herhalen.

Gemeenschappelijke voorbeeldopdracht: DB1, INV1, S1 en S2

De fictieve opdracht uit de PV-documentatiegids gebruikt DB1 voor het hoofdbord, INV1 in de technische ruimte en S1/S2 voor de strings op het oost- en westdak. Dit zijn redactionele referenties, geen geëxporteerd voorbeeldproject. Voor jouw opdracht gebruik je de werkelijke benamingen.

ReferentieTerugvinden op het situatieplanVergelijken met het eendraadschema
S1 / S2Dakvlak en gedocumenteerde gebouwinvoerBevestigde string en ingang MPPT1 / MPPT2
INV1Werkelijke montageplaats in de technische ruimteModelreferentie en DC-/AC-aansluitingen
DB1Hoofdbord op een duidelijke locatieAansluitpunt van de PV-tak
EV1, latere uitbreidingLaadpunt aan de parkeerplaatsAfzonderlijke laadtak in het combinatieartikel

Een nog niet opgenomen kabeldeel zet je als open in de werklijst, in plaats van het een schijnbaar exact tracé te geven. Vóór overdracht vergelijkt het bedrijf dezelfde referenties op installatie, schema en plan. De installatiehandleiding behandelt toewijzing en afgeleid schema; de ruimtelijke opname ter plaatse levert de vakpersoon.

Werk vanuit een actuele as-built basis

Werk met een herkenbaar grondplan met verdiepingen, lokalen, toegangen en belangrijke buitenzones. Voor een dakinstallatie helpt een dakaanzicht of een extra gevelaanzicht. Neem ter plaatse op:

  • exacte modulevelden en oriëntatie;
  • positie van centrale of micro-omvormers;
  • vaste DC- en AC-scheiders voor zover aanwezig;
  • hoofd- of onderverdeelbord waarop de installatie aansluit;
  • vaste doorvoeren en belangrijke kabeltrajecten;
  • meter- of meetkast wanneer nodig voor de identificatie;
  • batterij, backup-omschakeling of andere bron indien onderdeel van het systeem.

Neem het offerteplan niet zonder controle over. Dakbezetting, omvormerlocatie en kabelroute veranderen vaak tijdens de uitvoering.

Wat op het dakplan thuishoort

Teken het moduleveld zo dat de locatie ondubbelzinnig is. Afhankelijk van schaal en omvang toon je:

  • afzonderlijke modules of duidelijk begrensde modulegroepen;
  • het juiste dakvlak, bijgebouw, gevelvlak of terrein;
  • stringreferenties wanneer die de koppeling met het eendraadschema leggen;
  • vaste DC-verzamel- of schakelkasten;
  • relevante dakranden, toegangen of brandcompartimenten voor zover ze de elektrische ligging verklaren.

Niet elke stekker onder ieder paneel hoort op het situatieplan. Stringschakeling, polariteit, geleidergegevens en beschermingsketen staan op het PV-eendraadschema. Op beide documenten gebruik je dezelfde string- en toestelcodes.

De omvormer precies plaatsen

Maak de werkelijke montagepositie herkenbaar en onderscheid waar nodig:

  • centrale stringomvormer;
  • meerdere omvormers;
  • micro-omvormers bij de modules;
  • hybride omvormer en afzonderlijke batterij;
  • bijbehorende vaste scheidings- of schakeltoestellen.

Alleen “garage” schrijven is in een grote ruimte vaak te vaag. Zet het symbool aan de juiste wand of in de juiste technische zone. Bij buitenmontage vermeld je de gevelzijde duidelijk.

Kabeltrajecten functioneel tekenen

Een bruikbaar plan toont hoe de vaste verbinding van het moduleveld naar de omvormer en verder naar het verdeelbord loopt. Teken vooral gebouwdoorvoeren, kokers, stijgzones en verdiepingswissels die later uit het zicht verdwijnen.

DC- en AC-traject onderscheid je met lijnsoort of tekst, niet alleen met kleur. Ook een zwart-witafdruk moet leesbaar blijven. Bijvoorbeeld:

PV-DC  ─ ─ ─  gelijkstroomtraject vanaf het moduleveld
PV-AC  ─────  wisselstroomtraject naar het verdeelbord
DATA   ·····  vaste meet- of communicatielijn

Definieer de lijnen in de legende. Ze beschrijven geen kabeltype of plaatsingswijze; die gegevens staan bij de juiste kring op het eendraadschema.

Symbolen en projectlegende

Tabel 2.23 van AREI Boek 1 V06 is uitdrukkelijk een niet-limitatieve symbolenlijst. Ontbreekt daar een passend symbool, dan laat 3.1.2.1 a elk ander ondubbelzinnig symbool toe dat in de legende van eendraadschema en situatieplan is vastgelegd. Let op:

  • voldoende grootte in de uiteindelijke pdf;
  • een ander teken of bijschrift voor omvormer en batterij;
  • vaste referenties op elke pagina;
  • onderscheid dat niet alleen van kleur afhangt;
  • scheiding tussen elektrisch toestel en bouwkundig object.

De AREI-symbolengids bespreekt de legende en technische bijschriften uitgebreider.

Gedeelde referenties met het eendraadschema

AREI 3.1.2.1 a legt voor beide plannen één referentielogica vast: op het situatieplan dragen de onderdelen de letter van hun kring en het volgnummer van het eendraadschema. De AC-aftakking van de omvormer draagt op het situatieplan dus dezelfde code als op het eendraadschema. Komen string- of toestelreferenties op beide voor, dan zijn ook die gelijk.

Controleer in twee richtingen:

  1. Elk vast PV-element op het situatieplan vind je terug op het eendraadschema of in de legende.
  2. Elk ruimtelijk relevant PV-onderdeel van het eendraadschema heeft een vindbare positie.
  3. Namen van verdeelborden en verdiepingen komen overeen.
  4. Adres, datum en documentversie zijn gelijk.

Lees eendraadschema versus situatieplan voor de precieze taakverdeling.

Bijzondere opstellingen

Micro-omvormers

Bij veel identieke toestellen is een gegroepeerd symbool met aantal, type en modulegroep leesbaarder dan overlappende tekens. De elektrische parallelschakeling blijft op het eendraadschema zichtbaar.

Thuisbatterij

Plaats batterij, omvormer, vaste scheiders en een eventuele backupverdeler. Een batterij is geen PV-module en krijgt een eigen symbool. Afstanden en opstellingsvoorwaarden komen uit ontwerp en fabrikantdocumentatie; het plan registreert de uitgevoerde positie.

Bijgebouw of vrijstaande installatie

Toon het traject tussen de gebouwen, de invoer en de betrokken onderverdeelborden. Een pijl “naar woning” zonder exact eindpunt maakt elk later werk moeilijker.

Bestaande installatie

AREI 8.2.2 punt 7 laat voor bestaande huishoudelijke PV-installaties tot 10 kVA die onder die bestaande-installatieregel vallen toe dat je in plaats van een situatieplan volgens 3.1.2.3 a over een schriftelijke beschrijving beschikt, eventueel aangevuld met foto's. Voor nieuwbouw en belangrijke wijzigingen geldt die afwijking niet; daar teken je een actueel situatieplan. Of een concrete bestaande installatie eronder valt, beoordeelt de vakpersoon.

Dossier en foto's

Foto's zijn nuttig voor verborgen trajecten, daken en typeplaten; de gestructureerde plannen blijven de basis. Bewaar minstens:

  • definitief situatieplan en eendraadschema;
  • module- en omvormergegevens;
  • beschikbare string- en meetinformatie;
  • handleidingen en toestelverklaringen;
  • verslagen van een erkend organisme;
  • latere wijzigingen met een nieuwe documentversie.

De eigenaar houdt het dossier beschikbaar en laat het bij wijzigingen bijwerken. Voor PV tot 10 kVA vraagt 7.112.2 uitdrukkelijk dat de elementen uit afdeling 9.1.2 ter inzage blijven voor iedere betrokkene.

Controle vóór export

  • Staan modulevelden, omvormers en vaste extra toestellen op hun echte plaats?
  • Zijn DC- en AC-route herkenbaar en in de legende uitgelegd?
  • Komen kring-, string- en bordreferenties overeen met het eendraadschema?
  • Blijven symbolen en tekst leesbaar op het gekozen papierformaat?
  • Toont het plan de as-built toestand en niet het oorspronkelijke voorstel?
  • Dragen beide plannen hetzelfde adres, dezelfde datum en versie?

Een plan over meerdere bladen organiseren

Passen dak, technische ruimte en verdeelborden niet leesbaar op één blad, gebruik dan benoemde deelplannen. Een overzicht toont de relatie tussen gebouw, dakvlakken en borden; detailbladen vergroten modulevelden en technische zones. Geef elk blad een nummer en gebruik duidelijke vervolgverwijzingen, bijvoorbeeld “PV-DC verder op blad LP02”.

Elke uitsnede houdt voldoende oriëntatie: verdieping, lokaal, noordpijl of herkenbare gevelzijde. Dezelfde toestelcode staat alleen op meerdere plaatsen als er echt meerdere toestellen zijn. Een compacte referentietabel koppelt symbool, toestel-ID, kring en blad. Zo blijft een groot project controleerbaar zonder onleesbaar kleine symbolen of lijnen over de hele pagina. Bij een latere uitbreiding pas je ook de bladindex aan, anders lijkt een oud detailblad nog actueel.

Praktijkvoorbeeld: twee dakvlakken en één omvormer in de technische ruimte

Een woning heeft modules op oost- en westdak, twee DC-strings en één omvormer in de technische ruimte. Teken twee afzonderlijk geïdentificeerde modulevelden in plaats van één pictogram midden op het dak. Geef aan welke stringreferentie bij welk vlak hoort en waar de DC-kabels het gebouw binnenkomen. Een gedeeld traject naar de technische ruimte teken je alleen wanneer de kabels dat traject ook echt delen.

Geef de omvormer een vaste toestelcode en zijn echte wandpositie. Zitten DC-scheiding, overspanningsbeveiliging of andere vaste onderdelen extern, lokaliseer die dan ook en koppel hun identificatie aan het eendraadschema. Geïntegreerde functies blijven bij het toestel; losse kasten verzin je niet. Het AC-traject eindigt bij het juiste bord en de juiste kring; een lijn naar het dichtstbijzijnde lokaal biedt geen traceerbaarheid.

Controleer de oriëntatie van elk dakdetail. Dakvlak, goot, nok, noordrichting en herkenbare gebouwranden maken veld en invoerpunt ter plaatse vindbaar. Het situatieplan is geen montageplan met elke haak, maar toont wel alle verschillen die tellen voor elektrische toewijzing, veilig werk en latere foutopsporing.

Verborgen of ontoegankelijke trajecten eerlijk opnemen

Waar een bestaande installatie de route verbergt, teken je ook geen geometrisch exacte route. Markeer het deel als verborgen of als overgenomen uit bewaarde documentatie en houd de bron van die informatie bij. Foto's van invoerpunten, labels, doorvoeren en technische ruimte beperken de onzekerheid. Een stippellijn krijgt die betekenis alleen als de legende ze definieert.

Onderscheid drie bewijsniveaus: ter plaatse gezien, bevestigd door betrouwbare technische stukken en nog uit te zoeken. Open punten horen in de werklijst, niet als schijnbaar zekere lijn in de eindversie. Vóór de controle beslist de verantwoordelijke vakpersoon of meer onderzoek of toegang nodig is.

Dakwijzigingen volledig verwerken

Na modulevervanging, uitbreiding of een nieuwe omvormer controleer je meer dan de zichtbare dakzone. Werk veld- en stringcodes, kabelroute, invoerpunt, toestelplaats, DC- en AC-referenties en technische documenten bij. Ook bij vervanging binnen een bestaande string leg je het werkelijke aantal en nominaal vermogen vast – precies die gegevens noemt 7.112.4 ook voor het controleverslag. Worden strings anders verdeeld, dan dragen eendraadschema en situatieplan dezelfde nieuwe toestand.

Archiveer de vervangen versie afzonderlijk met datum. Zo blijft duidelijk of een foto of keuringsverslag bij de oude of de actuele opstelling hoort. Een cloudportaal van de omvormer toont productiegegevens; ruimtelijke opname en planrevisie blijven jouw werk.

Kijk bij de revisie ook naar de leesbaarheid op papier. Een extra veld bedekt geen bestaande referenties, en een nieuw kabeltraject krijgt niet dezelfde lijnstijl als een bouwkundige rand. Verplaats detailkaders gecontroleerd, pas de bladindex aan en controleer alle verwijzingen opnieuw. Zo blijft ook een uitgebreide installatie op normale afdrukgrootte bruikbaar.

Neem ten slotte de veldcodes over op duurzame labels waar dat technisch voorzien is. Controleer dat het label bij het juiste traject of toestel hoort en bij normaal onderhoud leesbaar blijft. Een code op het plan heeft pas waarde wanneer je ter plaatse ziet op welk moduleveld of welke omvormer ze slaat.

De officiële FOD-pagina over huishoudelijke controles noemt energiebronnen op beide plannen en PV-technische documentatie in het dossier. Het vereiste detail volgt de installatie en het actuele officiële Boek 1 V06, niet een algemeen daksjabloon.

Tekenen met PlanElec

Met PlanElec plaats je PV-componenten op het situatieplan, leg je de elektrische structuur vast op het eendraadschema en exporteer je beide als pdf. Een modulesymbool staat daarbij voor een volledige string en wordt aan precies één string van de gekoppelde omvormer toegewezen; ontbrekende, dubbele en ongeldige stringkoppelingen meldt de zelfcontrole. Beide plannen gebruiken dezelfde projectgegevens, zodat referenties niet uit elkaar lopen. De rollen zijn duidelijk: de AREI/RGIE-zelfcontrole toont je bevindingen binnen de ondersteunde regels, de vergelijking met de installatie doe je ter plaatse en de keuring doet het erkende organisme.

Bronnen en versie

Basis is de officiële publicatie van AREI/RGIE Boek 1: tabel 2.23, deel 3 (3.1.2.1 en 3.1.2.3), hoofdstuk 7.112, de beperkte bestaande-installatieregel in deel 8 (8.2.2 punt 7) en het dossier in deel 9. Gecontroleerd volgens V06 op 5 oktober 2026.

Van de gids naar je eigen elektriciteitsplan

Maak een project en documenteer stroombanen, kabels en beveiligingen. Controleer het resultaat aan de hand van de werkelijke installatie.

Fictief voorbeelddossier, zonder registratie te bekijken.